Pukkelpop 2009 Review
door Robin- Datum:29 August 2009
- Commentatoren:Niemand
- Categorie:Handelspraktijken, Pukkelpop
Pukkelpop is een zeer divers festivals. Eigenlijk is het niet te geloven: er is een podium speciaal voor techomuziek, één speciaal voor punk en metal, één voor de nieuwere hypes, en nog 4 andere die daar wat tussenin vallen. Persoonlijk gaat overdag m’n voorkeur uit naar de kleinere podia: club, chateau, en eventueel de marquee, en eens de zon verdwenen is de mainstage. Eigenlijk, overal waar het een beetje donker is.
Deze editie draaide, in tegenstelling tot vorig jaar, minder rond de headliners. Waar Metallica een eigen leger meebrengt, was het budget dit jaar meer gelijk verspreid over de groepen.
De organisatie is grotendeels in handen van Scheuremans en dat werd duidelijkst zichtbaar door de identieke voedselkraampjes, entree, prijzen, wc’s en douches. Maar er was in tegenstelling tot Werchter een onderaanbod aan laatst genoemden: de rijen aan de waskraantjes, douches en wc’s waren nog langer. Bovendien voorzag Werchter ons van gratis drinkwater, iets wat op Pukkelpop zelfs bij 36° niet terug te vinden was, ook niet op de camping. Een bijkomend nadeel om iedereen op 1 camping te zetten is dat ook de rijen, aan bv de winkelstanden, automatisch langer worden omdat elke campingbezoeker naar dezelfde standjes gaat. Op Werchter zal niemand van camping C27 de moeite doen om tot aan camping A3 te wandelen om er een croissant te kopen, terwijl het op Pukkel niet anders kan.
Het valt ook wel op hoe de organisatie eigenlijk niet meer goed weet wat het met de Chateau aanmoet. De programmatie gaat er echt alle enkele richting uit, maar in mijn overtuiging blijft het het best geschikt voor intiemere concerten als Soap & Skin en minder voor techno-gekletter als Shadow Dancer en rockbeesten als The Gay Blades. Het leek er een beetje op alsof de Chateau de overschot was die ze op andere podia niet kwijtraakten. Shame.
Maar tot zover de kritiek. Aan de rest van de organisatie kunnen ze bij andere festivals nog puntjes aan zuigen: het ging vlot om van podium te verlopen, het was duidelijk wie waar ging spelen, de bediening was snel, er was genoeg ruimte en er was vooral genoeg te doen: zelfs zij die in al de muzikale diversie niet aan hun trekken kwamen konden nog een zitplaats bemachtigen voor Aanrijding In Moskou, naar een standup kijken, of gewoon languit in het “gras” liggen maffen.
De groepen dan:
Donderdag
Ghinzu **
Op donderdag waren we net op tijd op de weide geraakt voor Ghinzu, die in de blakende zon één van de eerste groepen was die dag. Een eigenaardige zaak, wetende dat het gezelschap 2 jaar geleden een veel betere plaats kreeg in de Marquee. Het werd niet hun beste concert, dit ook dankzij de technici die altijd de eerste groepen een beetje misbruiken om eens alle knopjes van hun mengpanelen te testen. Het blijft ook een raadsel waarom de groep op festivals consequent hun beste nummer “Blow” uit de setlist blijven schrappen. Waaltjes toch.
Paolo Nutini **
Paolo Nutini paste veel beter bij dit weer dan Ghinzu – maar mij bekoren deed hij niet.
Bon Iver ***
Aldaar één der groten in het alternatieve circuit. Wie ook nog maar één nummer van Bon “op z’n Frans” Iver kent weet wat er zich te wachten stond: gebroken harten-muziek, intiem gespeeld, zacht gezongen, groots onthaald. Bobon werd hiermee de eerste highlight van de dag, al werd dat deels verpest door de vermoeiing die mij te hard te pakken had.
Maxïmo Park **
Maxïmo was één van die vele groepjes die meepikte van het Franz Ferdinand-succes in 2004. Nu Franz Ferdinand uitgeraasd lijkt, getuige van hun minder goede Werchter-concert, zien deze gentlemen zich de kans schoon om weer een plaats in de spotlights op te eisen. Naar het schijnt is hun 2de plaat de meest onderschatte van de laatste jaren, maar dat zou ik louter na dit optreden niet durven beweren. Het werd wederom een optreden dat vermoord werd door de hitte, want niemand had echt zin om zich kapot te gaan springen op hun dansbare muziek; zelfs niet op de eerste rijen. Een schril contrast met enkele jaren geleden toen ze de club mochten afsluiten. Jammer én helaas!
Passion Pit ***
Terwijl in de Marquee tienduizend man stond te wachten tot Dizzee Rascal zijn Bonkers zou afrappen, bevond zich in de Club een reïncarnatie plaats van de Beegees met MGMT-injecties. Het werd een dansbaaroptreden die niet verveelde, maar nu ook weer niet het optreden waar we Pukkelpop 2009 nostalgisch aan zullen herinneren. Echter, mits voldoende airplay halen ze volgend jaar zeker Werchter.
Soap & Skin ***
Men weze gewaarschuwd: verwacht bij deze liefelijke Oostenrijkse zangeres ook niet meer dan enkel deze zangeres op piano, bijgestaan door een laptop waar allerlei violen uitkomen met wat gepiep en gekraak. Dan: leg u ergens, kijk naar de denkbeeldige sterrenhemel en droom driekwartier weg van deze intieme muziek.
Hoewel ik maar een handvol nummers van dit optreden heb kunnen meepikken was het toch één van de betere dingen die dag.
Wilo ***
Grizzly Bear ****
“Zal de Club niet veel te klein zijn voor deze groep?”, vroeg ik me op voorhand af. Bleek van niet: typisch voor deze locatie komt het grote publiek slechts een kwartier op voorhand aan en dat was deze keer niet anders. De Grizzly’s worden zowat overal dé groep van het jaar genoemd en dit lijkt niet meer dan terecht: ze brengen kwaliteitsmuziek, en beschikken over een arsenaal aan wapens: 1 uitstekende -en 1 heel goeie zanger, en hadden naast de convetionele muziekinstrumenten ook een clarinet, dwarsfluit, een vreemdsoortige synthesiser, en een blokfluit mee. En ze gebruikten die alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Nu: het werd ook niet hun beste concert, daarvoor was het te kort en was het ook niet te goed geluidmixt, maar het werd wel een aangename kennismaking. Grizzly Bear, onthou die naam!
The Offspring **
Wellicht de bekendste groep die dag. Wereldberoemd van hits als “Self Esteem”, “Pretty Fly”, en “Why don’t you get a job” - deden behalve deze hits spelen zich ook te goed aan een pianoballad. Dat was nu net een brug te ver.
Beirut ****
Een naar het schijnt grieperige Zach Codon deed de Marquee al ruim voor aanvang goed vollopen. “Nantes” kent iedereen wel, maar dat nummer is echter niet zo heel representatief voor de rest van z’n werk. Het was ook een nummer die de Santa-Feënaar eerder niet op z’n debuut wou, adoch, zoals de geschiedenis het wou werd het een wereldhit – of toch zeker aan onze kant de oceaan. “Beirut combineert”, zo citeer ik uit Wikipedia, “Oost-Europese muziek met folk en Westerse pop”. Verder is hij geïnspireerd door chansonniers als Brel en Gainsbourg. Denk daarbij zeker nog enkele grootse blazers, accordeons, violen en je komt er wel.
Beirut was de eerste groep die je deed vergeten dat je op Pukkelpop stond. De nummers werden vol overga gebracht en de groep bevestigde zichzelf.
Faith No More ***
Euchum, eigenlijk ken ik Faith No More niet zo goed; enkel hun grootste hits klinken me wel bekend in de oren maar daar houdt het ook bij op. Het liet me bijgevolg ook koud of ik ze ging zien of niet. Jammer voor een headliner.
Maar goed was het wel - én sensationeel. Het zou mijn niet verbazen mochten de verslaggevers van Het Laatste Nieuws (als die aanwezig waren tenminste) hun voorpagina-manager uit z’n bed gebeld hebben om te vermelden dat de eerste zwaargewonde gevallen was op de weide van Kiewit.
Een enthousiaste fan was er namelijk in geslaagd op het podium te raken en een sprong in het duister te maken om te stagediven. De onfortuinlijke man had echter de afstand podium-publiek onderschat en brak z’n val door met zijn kin tegen de dranghekkens te belanden. Volgens de Rode Kruis-medewerkers werd het een wonde die levenslang zichtbaar zal blijven. Dat is dan de tol van de rock’n'roll.
My Bloody Valentine *
Veel meer dan noise heb ik niet gehoord bij de bloodies. Zou het aan het vermoeingssyndroom van mij oren liggen, of trok het geluid daadwerkelijk op niets? Abrrr, naar de camping om enkele broodnodige uren slaap te pakken.
Gemist!
Had ik nog willen zien die dag, maar wegens overlappingen of tijdgebrek gemist: Port O’Brien, Andrew Bird, The Twang, Selah Sue, Tomán, Neveneffecten, en Them Crooked Voltures, een “supergroep” waar nog niemand een noot van gehoord had.
Vrijdag
Op vrijdag stonden we op zonder 35° zon en het beloofde dus een wat dragelijkere dag te worden. Goedgemutst kwamen we aan bij Das Pop die net begonnen was aan hun set. En het was een goede start!
Das Pop ***
Das Pop is eindelijk terug en heeft alle tijd genomen om het nieuwe materiaal op te nemen. Het klonk allemaal vrij goed en het heeft me benieuwd gemaakt naar de nieuwe cd. Zanger Bent Van Looy had toch wel een redelijk geniale outfit aan: een lichtgroen kort shortje met een bijpassend lichgroen shirtje. Visualiseer dat op spierwitte benen en een lichtblond kapsel en je hebt het.
Quickpukkels:: Fight Like Apes 2 nummers volgehouden. Kan ok klinken op plaat maar die warrige euh.. wirwar was op dat moment niet aan ons bestaan. ///// Ebony Bones was ook ons ding niet en wellicht ook het uwe niet, tenzij u staat te springen om enkele opgefokte negerinnen te zien roepen en tieren / Eveneens mijn ding niet: New Found Glory: punkers die niet al te bijster goed klonken. Op hun cover van “Kiss me”na. //// Omdat ik voor Glasvegas niet per se iets wou zien heb ik lukraak enkele groepen uitgepikt om te gaan bekijken – het voordeel aan pukkelpop. De eerste was The Airborne Toxic Event, volgens het Humo-boekje iets als Arcade Fire en The Cure. Geen van beide groepen herkende ik in hun eerste nummers en ik ben dan maar in de Chateau gaan uitrusten, niet wetende wie daar ging komen optreden. En het werd een aangename verrassing!
Bill Callahan ***
Bill is een singersongwriter die intieme muziek brengt met een bariton als Stuart Apples. Verder viel ook de rest ietwat te vergelijken met Tindersticks, maar het was wel zachter en ingetomener. Nja, gesmaakt!
Glasvegas ***
Glasvegas is een nieuwere groep, maar wel een goeie. Hun indierock dreigt soms wat naar postrock, hun zanger neigt op z’n slechts naar de zeurderige toon waar ook soms Koen Buyse zich aan tegoed doet. Denk naar nog een beetje het gitaargeluid van Editors bij en je komt er ongeveer. Glasvegas is vooral bekend van de radiohit “Geraldine”. Op heel Pukkelpop had zich trouwens nog geen enkele publieksamenzang voorgedaan als tijdens “Daddy’s gone” – en dat zonder cd-release. Knap werk!
Patrick Wolf ***
Bij Patrick Wolf gaan de herinneringen terug tot 2005, wanneer deze multi-instrumentalist net z’n “Wind in the wires” uit had, een bizarre moeilijk beluisterbare plaat gevuld met onconventionele instrumenten, tegenspattende melodieën en weinig commercieel klanken - enfin, je moest er voor zijn. Tijdens dat optreden 4 jaar geleden stond Wolf eenzaam met een achtergrond-drummer op het podium, z’n instrumentrijke nummers solo te spelen op een viool of ukulele. Het werd maw geen al te memorabel optreden, laat staan een opmerkelijke show.
Het contrast met toen kon vandaag echter niet groter zijn: Patrick heeft zich van een teruggetrokken zwartharige getransformeerd in een geklede blonde god waar zelfs diverse glamrockers van zou opkijken. Voor deze set liet hij al z’n gecompliceerde nummers achterwege en speelde vooral z’n energierijke nummers genre Tristan en The Magic Position. Met z’n opmerkelijke outfit en hoge entertainment waarde palmde hij met z’n bekendste nummers moeiteloos het publiek in.
Echter toch nog een puntje van kritiek: Patrick probeerde vaak een serieuze pose in te nemen waarna hij snel in een lach verviel — een vaag teken dat hij zichzelf niet te serieus neemt, hoewel zijn muziek dat zeker wel is. Ook moet Wolf opletten dat zijn pose geen karikatuur wordt.
Deze jongen is in tegenstelling tot 4 jaar geleden zeker klaar voor de grote massa - een opmerking die hij zelf ook maakte “next time at the main stage?”, of het grote publiek echter voor hem klaar is, is minder zeker uitgangspunt.
Fever Ray ****
Fever Ray wist naast Beirut een zekere sfeer te creëren. Haar muziek kan je omschrijven als donkere low tempo electronische muziek met lage tonen en een minimale drumbegeleiding, die vooral gekenmerkt wordt door het speciale stemgeluid van de Zweedse zangeres Karin Dreijer Andersson, bekend van The Knife. Hoe Karin er juist uitzag konden we niet goed zien. De belichting betrof niet meer dan enkele ouderwetse nachttafellampjes gecontradicteerd door 2 moderne laserkanonnen die perfect de muziek wisten na te bootsen. Daarnaast was Andersson meestal gehuld in een zwart kleed met een enorm masker op. De rest van de band viel vooral op door hun gebruik van gezichtsmaskering. The show must go on, natuurlijk.
Het viel ook op hoezeer Fever Ray zich probeerde te distantiëren van doorsnee live bands, en dit niet enkel door de muziek en het decor, maar ook door bv geen contact met het publiek te maken; zelfs geen thank you. Maar misschien had hun sfeer wel nog beter tot z’n recht gekomen moesten er geen pauzes tussen de nummers gezeten hebben. Wereldvreemd optreden wel!
Placebo ***
Placebo zetten grofweg dezelfde presetatie neer als op Werchter, incl zelfde setlist. Wat inhoudt dat je je aan een energieke show mag verwachten gevuld met hun bekendste werk. Hun nieuwe drummer die wel bij de Red Hot Chili Peppers lijkt weggelopen, is een zeer goede aanwinst voor de band die na Meds duidelijk nieuw bloed nodig had.
Goed optreden, maar over een paar jaar zijn we het wellicht weer vergeten.
dEUS ****
Wie dEUS slechts 1 avond kon zien had best voor de vrijdag geopteerd. dEUS verrasste met gasten als Karin Andersson (die op Slow meezong), de zanger van Snow Patrol en die van The Hickey Underworld. De setlist begon op het gemak maar halverwege de set werden de greatest hits registers opengetrokken en werd het zeker dEUS-waardig. Niet iedereen dacht daar blijkbaar zo over want de tent werd naarmate de set vorderde leger en leger. Wij die tijdens de aanvang van de set van het hoofdpodium naar een volle Marquee kwamen overgevlogen stoorden ons daar niet aan, maar voor de band was dit wel een minder goed teken. Enkel toen De Jeugd Van Tegenwoordig tijdens een Suds and soda-intermezzo kwamen rappen vlogen de jonge deernes de tent binnen om mee te shaken op hun beats. Enfin, dit zegt misschien meer over het publiek dan over dEUS.
Kraftwerk ****
Geschiedenis is nooit mijn favoriete vak geweest, maar voor de show van Kraftwerk maak ik graag een uitzondering. Krafwerk waren in de jaren ‘70 één van de eerste groepen die electronische muziek maakten – iets wat ten tijde van glamrockers en hardrockers niet evident was. Bezieler Florian Schneider-Esleben maakte zelf z’n eigen instrumenten, zoals drummachines – want toen waren die nog niet verkrijgbaar. Hun bekendste werk, ongetwijfeld The Model maar tegenwoordig ook het van Coldplay’s Talk bekende nummer “Computer Liebe” zijn tevens ook hun meest toegankelijke nummers.
Toen Kraftwerk hun eerste optredens gaf stond heel het podium nog vol met elektronisch spul die groot was in omvang – tegenwoordig zitten al die capaciteiten ook in laptops en dus gebruiken ze die nu.
Wat Kraftwerk echter de tand des tijds heeft doen doorstaan is dat ze nooit van hun muziekale koers afgeweken zijn. Ze zijn bijna altijd in Duitsland blijven opnemen, ook omdat ze de klank van Duitsland wilden produceren, een beetje zoals The Beach Boys de klank van Californië weerspiegelen.
Op Pukkelpop projecteerden ze oude computeranimaties op diverse schermen. Je kon als het ware de muziek lezen.
En doordat ze zo ijverig bij dit stramien blijven en nog steeds in de tijdsgeest van het begin van het computertijdperk fungeren, voelde dit optreden aan alsof je in een tijdmachine stapte en heel de elektronische revolutie (opnieuw) beleefde, inclusief de nuclaire dreiging en de eerste schetsen van artificiële inteligentie . Nice work!
Zaterdag
Zaterdag werd muzikaal de minste dag. Adoch, enkele fijne groepen gezien waarvan Florence & The Machine zeker de boeiendste was.
Quickpukkel//// Absynth Minded (*) vond het nodig z’n bassen zo luid te zetten dat onze trommelvliezen er nog steeds van trillen – alweer een jaar langer doof. Nee, dat was hopelijk een technische fout want hun muziek werd op den duur zeer moeilijk om van te genieten. /// The Temper Trap (**) is weer zo’n één van die postpunk groepjes. Belange niet slecht, maar ach, we hebben er al zovéél gehoord // Moeilijk om met een Pokémonnaam als Micachu & The Shapes (***) serieus genomen te worden maar zij, Mica, meende het wel. Stel u een zeer jong meisje, een redelijk jong meisje, en een oudere, 20-jarige drummer voor, en je zou muziek in het genre van Trust verwachten (junoireurovisiesongfestivalwinnaar). Think again: ze maakten afwisselde rocksongs op zelfgerestaureerde instrumenten die verdomme zeer interessant waren om te volgen. Nergens was er enig sleur of herhaling te bekennen, nee, we bleven geboeid staan kijken. Misschien horen we wel nog iets van hen. /// Deerhunter (***)was een straffe live groep, maar jammer genoeg bleef niet heel hun set zo boeien /// Een teleurstellingsje: Hanne Hukkelberg (**). Noors meisje die nogal wat jazzy ondertoon heeft maar ondanks haar enthousiasme mij wat in slaap deed wiegen. (het kon ook de zon zijn). //
Peaches (*)(*)
Hun set begon alvast wel goed: 2 luitenanten kwamen ons met de armen gekruist doodserieus aanstaren op de tune van The A-Team. Daarna kwam zangeres Peaches (Merrill Beth Nisker) gehuld in een pompoen-achtig-kostuum het podium op. Echter na dat moment daalde de interesse bij het publiek en bleef de dancetent opvallend dansloos. Het leek erop alsof we het liedje van Peaches zowat gehoord hebben. Uitzondering hierop was de sterkere single “Lose you”. Met enige onvoldoening over dit het muzikaal middelmatige optreden verliet ik de danstent om 37 podiums verder in een heel andere wereld terecht te komen…
Florence & The Machine ****
Hoewel het wat onzorgvuldig is om 4 sterren te geven aan een optreden waarvan ik maar een nummer of 4 gezien heb voelde ik gewoon in het publiek dat het hele optreden al het niveau haalde van de laatste tracks. Wat Florence overgins op Pukkelpop’s Club doet is me een raadsel. Ze lijkt me eerder iemand om een uitverkocht Sportpaleis compleet horendol te maken. Van alle nieuwere groepen lijkt me dat zij het meeste potentie heeft om echt door te breken.
Vanwege de moeilijkheid om haar en haar machien een muzikale omschrijving te geven heb ik dan maar hetvolgende van Pitchfork geript: “[Florence] Welch bursts mouth wide wide over garage rock, epic soul, pint-tipping Britbeat, and– best of all– a mystic brand of pop that’s part Annie Lennox, Grace Slick, and Joanna Newsom. “
Nitebytes *
Er was opvallend weinig volk in de Wablief!-tent bij de aanvang van Nitebytes. Wellicht wist de ene helft van het festivalpubliek niet dat het om de nieuwe groep van Koen Buyse ging, en de andere helft, zij die het wel wisten, zijn om die reden ook niet komen opdagen. In interviews liet Koen weten dat het hele project tot stand gekomen is “zonder nadenken”. Zonder nadenken ben ik dan ook de tent binnen gestapt met laag gespannen verwachtingen, die bijna volledig ingelost werden. Het werd dan ook al gefluisterd dat Buyse en electronica niet zo heel goed samengaan.
Aanvankelijk kwam er dan ook weinig reactie uit het publiek, maar de eerlijkheid gebied me wel te zeggen dat tegen het eind van de set Koen wel even het publiek meehad en er zelfs wat “handjes” in de lucht gingen.
Al bij al heeft Koen ons doen realiseren dat Zornik eigenlijk bijlange nog niet zo slecht is als we dachten.
Klaxons ***
dEUS ***
dEUS, 2de match, speelde al de hits die ze gisteren niet speelden. Ze beloofden verschillende sets en die kregen we ook. Als ik goed oplette werden enkel “Pocket Revolutions” en “Instant Street” herhaald – geen “Suds’n’soda” dus. De groep stelde wat teleur omdat daags voordien een resum gasten meezongen en er vandaag niemand extra kwam. De verwachtingen lagen dus door hun eigen toedoen hoger. Benieuwd trouwens of Barman ermee kon lachen dat de solozang van Mauro tijdens “Instant Street” duidelijk op meer gejuig werd onthaald dan om het even wat hij deed.
Arctic Monkeys **
De Monkeys waren ok, maar zeker niet meer dan dat. Als groep met slechts enkele bekende nummers vertikten ze het oa “The fake tales of San Fransisco” en “When the sun goes down” te spelen. Gelukkig passeerde “I bet that you look good on the dancefloor” wel de revue. Alex was met z’n groep te jong om echt als volwaardige headliner te dienen en hebben niet genoeg ervaring om een enorm publiek 75 minuten te entertainen. Overdreven lange pauzes tussen de nummers helpen daar ook niet aan trouwens. Volgende keer naar de Marquee!
En dat was het dan! Voldaan van al dat muzikaal geweld sliepen we nog één nacht op de sfeervolle camping (lees onder “sfeer” wat je ook maar wil) om dan weer in de echte wereld van 9 to 5 te stappen…



Nog geen reacties
Wees de eerste!