Nu ze eindelijk uit de startblokken zijn met “Bloodbuzz Ohio” is het wel eens het moment om een top 10′tje van deze New-Yorkers op de blog te smijten.

10) About Today (Cherry Tree EP, 2004)

About Today is een sober ongecompliceerd nummer over nakend verlies. “You just walked away / and I just watched you / what could I say”.
Matt’s beperkte stembereik is een zekere handicap voor de groep; maar net in een nummer als dit is het een verrijking als geeneen. In tegenstelling tot vele zangers steekt hij geen kracht of variatie in z’n stem, maar toch snijdt hij door je ziel.

9) Secret Meeting (Alligator, 2005)

Het album “Alligator” had ik tijdens een reis in New York aangeschaft en voor het eerst beluisterd in de metro met m’n discman (want o wat haat ik die iPods). En elke keer ik dit nummer hoor zit ik weer in die metro die hete lucht in - en uit het station blaast, en kijk ik door de ruit naar alle op het perron staande voorbijflitsende mensen.

Hoewel “Secret Meeting” aanvankelijk chaotisch klinkt blijft het zeer minimaal: er is geen breed uitgesponnen stadiongeluid, er zijn geen overbodige noisy-gitaren, en het is niet te lang gemaakt. Secret Meeting bezit alle ingrediënten die het nodig heeft, maar heeft niets te veel. Dat op zich is al een kunst.

Trouwens de meest gestelde vraag over The National op internetfora: “Wat roept de achtergrondzanger?”. Volgens wel ingelichte bron zou dat “I’m talking ace” zijn, maar het zou mij niet verbazen mocht het evengoed “I’m eating eggs” zijn.

8 ) Baby, we’ll be fine (Alligator, 2005)

We spreken 2005, de Bush-jaren waren nog volop aan de gang en van “Change” was nog geen sprake. We ontmoeten een kleurloze bediende die z’n voeling met de wereld verloren heeft. De zanger weet in slechts enkele lijnen het troosteloze leven van z’n personage zichtbaar te schetsen. De man droomt volop van erkenning op z’n werk en van vermaak door z’n vriendin, maar waar hij nog het meest naar verlangt is om uit z’n sleur te raken. En omdat hij de schuld voor z’n grijze levensloop bij niemand anders kan leggen dan bij zichzelf, en hij niet meer weet hoe hij de wereld aanmoet wordt hij wanhopig en bedelt om vergiffenis “voor alles”.
Luister ook goed naar de manier waarop hij het zinnetje “I’m so sorry for everything” herhaalt. Het klinkt alsof hij te vermoeid is om een hogere noot te raken. Z’n stem blijft trouwens altijd op hetzelfde volume, ook wanneer tijdens de tweede strofe een viool hem bijna overstemt. Het drukt een zekere eerlijkheid en een vorm van machteloosheid uit. Dit is een lied waar de tekst hand in hand gaat met de muziek. Mooi!

7) Daughters Of The Soho Riots (Alligator, 2005)

Daughters is een nummer die gerust wel eens Vlaams kon zijn. De instrumentale ingrediënten liggen niet ver van een doorsnee “My Heroics Pt 1″. Enfin, het zou in Radio 1’s Belgische Top 100 passen.
Het is één van de ballad-National fingerpinking-songs, een formule die ze gerust hun specialiteit mogen noemen. Daughters heeft iets warm-romantisch en bezit tekstlijnen die op het tweede zicht een andere betekenis hebben.
“Break my arms around the one I love / and be forgiven by the the time my lover comes”, zingt Berringer enkele keren. Het zou je haast ontgaan maar hij heeft het hier over 2 verschillende personen: “the one I love” en “my lover”.

6) Fake Empire (Boxer, 2007)

Boxer opent, een eenzame piano in een lege stad ontmoet Matt Berringer bij nacht die zich heerlijk verliest in een prille romance. Boxer is 42 seconden ver. De zanger vertelt over diamanten slippers, nichterige schaatspasjes, en bevindt zich in een half-nuchtere toestand.
De rest van de groep wordt geleidelijk aan wakker en ze zetten de song in een stroomversnelling. Matt blijft heerlijk voortneuriën en mijmert om hun relatie niet in één keer te gaan ontleden of ontwaren. Hij bevindt zich in het stadium waar veel geliefden in willen blijven; de hartversnellende vage start van een veelbelovende relatie.
Althans, dat is mijn interpretatie.

Het nummer wordt helemaal naar een hoogtepunt gestuurd door een orkestje die druk in de plassen komt trappen; een idee die de heren van The National pas op het eind van de opnamesessie kregen. Dit was echter een significante bijdrage voor het nummer die anders “maar” een gewone pianoballad ging zijn.

5) Karen (Alligator, 2005)

Karen is misschien de meest radiovriendelijke song van TN. Het is een sterke pop-pianoballad die perfect meezingbaar is maar desniettegenstaande een donkere tekst bevat over een relatie die op de klippen loopt. “Karen, you just have not seen my good side yet”, proclameert Matt die overgaat in “black birds are cirkeling my head”.

Geef Karen enkele kansen en je fluit het morgen mee.

4) Mr November (Alligator, 2005)

Samen met oa Abel behoort Mr November tot één van de schare uptempo rockers uit het oevre van TN.
Mr November, die wel het presidentschap van Obama leek te voorspellen, start met een dreigende gitaar die doet denken aan Led Zeppelin’s “The song remains the same”. Maar nog meer dan de gitaar van valt de drum op, die trouwens tijdens het hele nummer de absolute show steelt.

Achter het personage, “the great white hope”, die ogenschijnlijk de nieuwe leider wordt, gaat twijfel schuil. “The English are waiting and I don’t know what to do, in my best clothes”, zingt hij - en met deze ene zin zijn we meteen al een stuk minder enthousiast om zelf voor de presidentssjerp te solliciteren. Net zoals in “Baby, we’ll be fine” probeert het personage zichzelf te overtuigen in z’n kunnen door het omverblazende “I won’t fuck us over” luidop te scanderen.
Dit nummer draagt mijn voorkeur omdat het zo enorm intens is. Niet enkel de stem, maar vooral de drum maakt het nummer echt een beleving.

3) Start A War (Boxer, 2007)

Wat opvalt aan Start A War is de dreiging. In heel het nummer zit een onuitgesproken dreiging - een beetje dezelfde dreiging als in “Eva” van Boudewijn de Groot. Al in de eerste strofe begint Berringer aan een preek als laatste poging om z’n geliefde te overtuigen bij hem te blijven. Het is echter geen vinger-wijzende-beschuldiging of een gevecht maar onderhuidse manipulatie. “Do you really think you think you can just put in a safe behind a painting lock it up and leave? / walk away now, and you’ll gonna start a war”. Het refrein wordt gevolgd door zenuwachtige drums, onheilspellende horens en tikkende gitaren. De kracht van dit nummer zit hem in het feit dat de dreiging nooit reëel wordt - het blijft een dreiging en ontaardt in het niets. Op het moment dat de boel lijkt te gaan ontploffen, stopt het. Onverwacht. Onvervuld.

2) Runaway (High Violet, 2010)

Gewoonweg bloedmooi.

1) Slow Show (Boxer, 2007)

De nummer 1 kiezen was niet echt moeilijk: Slow Show is in mijn ogen het hors d’oeuvre van The National; het absolute toppunt van hun kunnen, het dichtst die ze bij perfectie zijn gekomen. Dat Slow Show een moeilijk nummer was om te schrijven kun je zien in “A skin, A night”, de film-docu rond Boxer. De groep had nog het “geluk” dat geen kat hun debuut-cd kent, want Slow Show bevat enkele herwerkte gejatte stukjes muziek van dat album. De redding, zo bleek.
Het thema van Slow Show is vluchten, vluchten naar je thuis, vluchten naar genegenheid, vluchten van de mensen rondom je. Geen evidentie, zoals de zanger figuurlijk beschrijft: “I leaned on the wall, the wall leaned away”; het wegvallen van de houvast. Kwaliteitsmuziek, maar het echte hart van het nummer zit hem in de coda: een romantische finale waar Berringer’s droge bariton perfect van pas komt “you know I dreamed about you, for 29 years, before I saw you” - veel zangers zouden die lijn niet zo oprecht kunnen zingen. Let ook op de subtiele geluiden die in het laatste stuk aan bod komen: drumticks, een hoorn die als een wegrijdende auto klinkt, een weg-ebbende elektrische gitaar. Al deze details maken dit nummer een lekkernij om je vingers van af te likken.

De Rest
Haalden net niet de top-10: Afraid Of Everyone, Slipping Husband, Bloodbuzz Ohio, Mistaken For Strangers, Vanderlyle Crybaby Geeks, Racing Like A Pro, en Abel.

Catchy muziek

door Robin

Ik ben een boek aan het lezen van Bart Meuleman over popmuziek en daar haalt hij in aan dat “hoe hard een nummer ons ook raakt, eenmaal uit de roes ontwaakt schijnt het zo vaak onbenullig. [...] Niet voor niets noemen we goede nummers ‘catchy’, we lieten er ons door vangen. Dat wordt vooral duidelijk wanner we ons, ouder en wijzer, plots afkeren van een artiest of een genre waarvan we niet begrijpen wat we er ooit aan gevonden hebben”. De tekst gaan nog verder, maar neem daarvoor dan het boek “De donkere kant van de zon over popmuziek” erbij.

Ik heb dat citaat in september op reis gelezen, het heeft wat in m’n hoofd getold en sluit me erbij aan. Ik zou er zelfs nog aan durven toevoegen dat alle eigenschappen die je ooit aan een artiest  goed vond net exact dezelfde eigenschappen zijn waarom je die artiest na een poos helemaal niet meer goed vindt. Ik heb bv nog een heel jaar nonstop naar Interpol geluisterd, maar nu kan ik het geen nummer meer volhouden. Hun dramatiek, zijn stem, hun “truukje”.. met Interpol kan je mij tegenwoordig geen plezier meer doen. En zo zijn er nog groepen: The Killers, K’s Choice, Faithless, Millionaire, Therapy?, Placebo, Franz Ferdinand.. Allen groepen waar ik het mee gehad heb. De redenen liggen hem niet zo zeer in hun ouder werk, maar in hun nieuwer werk: inspiratieloze herhalingen die mij niet meer kunnen beroeren. En zo voel ik dat binnenkort dit ook het geval zal zijn met Muse, Red Hot Chili Peppers en Sigur Rós (Jonsi’s fout). Het zou de leeftijd kunnen zijn. Ik was een enorme Muse fan op m’n zeventiende ten tijde van Origin Of Symmetry, maar we zijn nu haast 10 jaar later, en hoewel “Resistance” me kan bekoren, doet het me nog maar een fractie van wat New Born me in der tijd deed.

Langs de andere kant ben ik me wel meer tot andere muziek beginnen openstellen en voel me eigenlijk nu muzikaal breder dan ooit (hoe zeer onnozel dat ook mag klinken). Ik ben sinds vorig jaar Jacques Brel beginnen appreciëren en me er door laten raken. Brel is muziek die ik vroeger nooit of te nimmer zou opzetten, en op m’n 12de vond ik “Ne me quitte pas” een zaag van een nummer. Nu smul ik ervan. Dat nummer is één van de knapste werken die ooit door een Belgisch artiest gemaakt is. Horen ook nog in dat lijstje: Tom Waits, Leonard Cohen en Philip Glass.

Sommige muziek is een beetje als complexe kazen en rode wijn: je moet het leren appreciëren. Het rijpt met de jaren, maar eenmaal het tot je doorgedrongen is wil je nooit meer witte wijn bij je eten of “Everyday” kaas op je spaghetti. (om mezelf even te relativeren: ik lust nog steeds veel te weinig kaassoorten)

Die analogie kan je doortrekken naar bv Coca Cola en cheapo muziek als Kate Perry en TW classic’s onterechte headliner The Black Eyed Peas: het is suikergoed die je zonder veel nadenken binnengiet, maar echt goed is het niet. Drink cola bv eens op kamertemperatuur.

Dan is er ook nog muziek die me al sinds m’n 14de kon bekoren en me nog steeds doet dromen: The Verve, Radiohead, Oasis (soms), The Beach Boys — maar dat lijstje is beperkt.

Om die reden spreekt me het ook minder aan om dit jaar naar Werchter te gaan. Ik wil even een break nemen van de Werchtermuziek. Ik zag wel heil in de zondag (Arcade Fire, Pearl Jam, Them Crooked Voltures), maar die dag is reeds uitverkocht. Ik alienate steeds meer van de muziek waar ook mijn vrienden naar luisteren. Waren ze dan eindelijk over de drempel om te kamperen op Werchter, dan geef ik er nu de brui aan. Dat vind ik zelf ergens onplezierig, maar liefde, ook die voor muziek, is blind en van voorbijgaande aard. Hoe hard dat wel niet mag zijn.

Voor de lijstjes

door Robin

best of 2009

Single: Eels - The look you gave that guy
Album: Fever Ray - Fever Ray
Film: Das Weisse Band (en ook wat The Reader)
Website: pitchfork.com
Optreden: 2 Many Dj’s (Werchter)

best of the decade ‘2000

Single: Arcade Fire - Rebellion (Lies)
Album: The National - Boxer
Film: Lost In Translation
Website: wikipedia.org
Tv: Carnivàle
Optreden: The Cooper Temple Clause (VK, Molenbeek)

worst of the decade ‘2000

slechtste film: epic movie
irritantste single: heb je even voor mij (frans bauwer)
flauwste groep: linkin park
slechtste single: pussy (rammstein)
irritantste tv: alle “reality”-tv-reeksen

meest onderschatte gebeuren ‘2000: alle anti-privacy wetten die onder de mantel “terrorisme - en misdaadbestrijding” protestloos ingevoerd worden
meest overschatte gebeuren ‘2000: alle geboortes van dieren in de zoo

Pukkelpop is een zeer divers festivals. Eigenlijk is het niet te geloven: er is een podium speciaal voor techomuziek, één speciaal voor punk en metal, één voor de nieuwere hypes, en nog 4 andere die daar wat tussenin vallen. Persoonlijk gaat overdag m’n voorkeur uit naar de kleinere podia: club, chateau, en eventueel de marquee, en eens de zon verdwenen is de mainstage. Eigenlijk, overal waar het een beetje donker is.

Deze editie draaide, in tegenstelling tot vorig jaar, minder rond de headliners. Waar Metallica een eigen leger meebrengt, was het budget dit jaar meer gelijk verspreid over de groepen.

De organisatie is grotendeels in handen van Scheuremans en dat werd duidelijkst zichtbaar door de identieke voedselkraampjes, entree, prijzen, wc’s en douches. Maar er was in tegenstelling tot Werchter een onderaanbod aan laatst genoemden: de rijen aan de waskraantjes, douches en wc’s waren nog langer. Bovendien voorzag Werchter ons van gratis drinkwater, iets wat op Pukkelpop zelfs bij 36° niet terug te vinden was, ook niet op de camping. Een bijkomend nadeel om iedereen op 1 camping te zetten is dat ook de rijen, aan bv de winkelstanden, automatisch langer worden omdat elke campingbezoeker naar dezelfde standjes gaat. Op Werchter zal niemand van camping C27 de moeite doen om tot aan camping A3 te wandelen om er een croissant te kopen, terwijl het op Pukkel niet anders kan.

Het valt ook wel op hoe de organisatie eigenlijk niet meer goed weet wat het met de Chateau aanmoet. De programmatie gaat er echt alle enkele richting uit, maar in mijn overtuiging blijft het het best geschikt voor intiemere concerten als Soap & Skin en minder voor techno-gekletter als Shadow Dancer en rockbeesten als The Gay Blades. Het leek er een beetje op alsof de Chateau de overschot was die ze op andere podia niet kwijtraakten. Shame.

Maar tot zover de kritiek. Aan de rest van de organisatie kunnen ze bij andere festivals nog puntjes aan zuigen: het ging vlot om van podium te verlopen, het was duidelijk wie waar ging spelen, de bediening was snel, er was genoeg ruimte en er was vooral genoeg te doen: zelfs zij die in al de muzikale diversie niet aan hun trekken kwamen konden nog een zitplaats bemachtigen voor Aanrijding In Moskou, naar een standup kijken, of gewoon languit in het “gras” liggen maffen.

De groepen dan:

Donderdag


Ghinzu **

Op donderdag waren we net op tijd op de weide geraakt voor Ghinzu, die in de blakende zon één van de eerste groepen was die dag. Een eigenaardige zaak, wetende dat het gezelschap 2 jaar geleden een veel betere plaats kreeg in de Marquee. Het werd niet hun beste concert, dit ook dankzij de technici die altijd de eerste groepen een beetje misbruiken om eens alle knopjes van hun mengpanelen te testen. Het blijft ook een raadsel waarom de groep op festivals consequent hun beste nummer “Blow” uit de setlist blijven schrappen. Waaltjes toch.

Paolo Nutini **

Paolo Nutini paste veel beter bij dit weer dan Ghinzu – maar mij bekoren deed hij niet.

Bon Iver ***

Aldaar één der groten in het alternatieve circuit. Wie ook nog maar één nummer van Bon “op z’n Frans” Iver kent weet wat er zich te wachten stond: gebroken harten-muziek, intiem gespeeld, zacht gezongen, groots onthaald. Bobon werd hiermee de eerste highlight van de dag, al werd dat deels verpest door de vermoeiing die mij te hard te pakken had.

Maxïmo Park **

Maxïmo was één van die vele groepjes die meepikte van het Franz Ferdinand-succes in 2004. Nu Franz Ferdinand uitgeraasd lijkt, getuige van hun minder goede Werchter-concert, zien deze gentlemen zich de kans schoon om weer een plaats in de spotlights op te eisen. Naar het schijnt is hun 2de plaat de meest onderschatte van de laatste jaren, maar dat zou ik louter na dit optreden niet durven beweren. Het werd wederom een optreden dat vermoord werd door de hitte, want niemand had echt zin om zich kapot te gaan springen op hun dansbare muziek; zelfs niet op de eerste rijen. Een schril contrast met enkele jaren geleden toen ze de club mochten afsluiten. Jammer én helaas!

Passion Pit ***

Terwijl in de Marquee tienduizend man stond te wachten tot Dizzee Rascal zijn Bonkers zou afrappen, bevond zich in de Club een reïncarnatie plaats van de Beegees met MGMT-injecties. Het werd een dansbaaroptreden die niet verveelde, maar nu ook weer niet het optreden waar we Pukkelpop 2009 nostalgisch aan zullen herinneren. Echter, mits voldoende airplay halen ze volgend jaar zeker Werchter.

Soap & Skin ***

Men weze gewaarschuwd: verwacht bij deze liefelijke Oostenrijkse zangeres ook niet meer dan enkel deze zangeres op piano, bijgestaan door een laptop waar allerlei violen uitkomen met wat gepiep en gekraak. Dan: leg u ergens, kijk naar de denkbeeldige sterrenhemel en droom driekwartier weg van deze intieme muziek.

Hoewel ik maar een handvol nummers van dit optreden heb kunnen meepikken was het toch één van de betere dingen die dag.

Wilo ***

Grizzly Bear ****

“Zal de Club niet veel te klein zijn voor deze groep?”, vroeg ik me op voorhand af. Bleek van niet: typisch voor deze locatie komt het grote publiek slechts een kwartier op voorhand aan en dat was deze keer niet anders. De Grizzly’s worden zowat overal dé groep van het jaar genoemd en dit lijkt niet meer dan terecht: ze brengen kwaliteitsmuziek, en beschikken over een arsenaal aan wapens: 1 uitstekende -en 1 heel goeie zanger, en hadden naast de convetionele muziekinstrumenten ook een clarinet, dwarsfluit, een vreemdsoortige synthesiser, en een blokfluit mee. En ze gebruikten die alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Nu: het werd ook niet hun beste concert, daarvoor was het te kort en was het ook niet te goed geluidmixt, maar het werd wel een aangename kennismaking. Grizzly Bear, onthou die naam!

The Offspring **

Wellicht de bekendste groep die dag. Wereldberoemd van hits als “Self Esteem”, “Pretty Fly”, en “Why don’t you get a job” - deden behalve deze hits spelen zich ook te goed aan een pianoballad. Dat was nu net een brug te ver.

Beirut ****

Een naar het schijnt grieperige Zach Codon deed de Marquee al ruim voor aanvang goed vollopen. “Nantes” kent iedereen wel, maar dat nummer is echter niet zo heel representatief voor de rest van z’n werk. Het was ook een nummer die de Santa-Feënaar eerder niet op z’n debuut wou, adoch, zoals de geschiedenis het wou werd het een wereldhit – of toch zeker aan onze kant de oceaan. “Beirut combineert”, zo citeer ik uit Wikipedia, “Oost-Europese muziek met folk en Westerse pop”. Verder is hij geïnspireerd door chansonniers als Brel en Gainsbourg. Denk daarbij zeker nog enkele grootse blazers, accordeons, violen en je komt er wel.

Beirut was de eerste groep die je deed vergeten dat je op Pukkelpop stond. De nummers werden vol overga gebracht en de groep bevestigde zichzelf.

Faith No More ***

Euchum, eigenlijk ken ik Faith No More niet zo goed; enkel hun grootste hits klinken me wel bekend in de oren maar daar houdt het ook bij op. Het liet me bijgevolg ook koud of ik ze ging zien of niet. Jammer voor een headliner.

Maar goed was het wel - én sensationeel. Het zou mijn niet verbazen mochten de verslaggevers van Het Laatste Nieuws (als die aanwezig waren tenminste) hun voorpagina-manager uit z’n bed gebeld hebben om te vermelden dat de eerste zwaargewonde gevallen was op de weide van Kiewit.

Een enthousiaste fan was er namelijk in geslaagd op het podium te raken en een sprong in het duister te maken om te stagediven. De onfortuinlijke man had echter de afstand podium-publiek onderschat en brak z’n val door met zijn kin tegen de dranghekkens te belanden. Volgens de Rode Kruis-medewerkers werd het een wonde die levenslang zichtbaar zal blijven. Dat is dan de tol van de rock’n'roll.

My Bloody Valentine *

Veel meer dan noise heb ik niet gehoord bij de bloodies. Zou het aan het vermoeingssyndroom van mij oren liggen, of trok het geluid daadwerkelijk op niets? Abrrr, naar de camping om enkele broodnodige uren slaap te pakken.

Gemist!

Had ik nog willen zien die dag, maar wegens overlappingen of tijdgebrek gemist: Port O’Brien, Andrew Bird, The Twang, Selah Sue, Tomán, Neveneffecten, en Them Crooked Voltures, een “supergroep” waar nog niemand een noot van gehoord had.


Vrijdag


Op vrijdag stonden we op zonder 35° zon en het beloofde dus een wat dragelijkere dag te worden. Goedgemutst kwamen we aan bij Das Pop die net begonnen was aan hun set. En het was een goede start!

Das Pop ***

Das Pop is eindelijk terug en heeft alle tijd genomen om het nieuwe materiaal op te nemen. Het klonk allemaal vrij goed en het heeft me benieuwd gemaakt naar de nieuwe cd. Zanger Bent Van Looy had toch wel een redelijk geniale outfit aan: een lichtgroen kort shortje met een bijpassend lichgroen shirtje. Visualiseer dat op spierwitte benen en een lichtblond kapsel en je hebt het.

Quickpukkels:: Fight Like Apes 2 nummers volgehouden. Kan ok klinken op plaat maar die warrige euh.. wirwar was op dat moment niet aan ons bestaan. ///// Ebony Bones was ook ons ding niet en wellicht ook het uwe niet, tenzij u staat te springen om enkele opgefokte negerinnen te zien roepen en tieren / Eveneens mijn ding niet: New Found Glory: punkers die niet al te bijster goed klonken. Op hun cover van “Kiss me”na. //// Omdat ik voor Glasvegas niet per se iets wou zien heb ik lukraak enkele groepen uitgepikt om te gaan bekijken – het voordeel aan pukkelpop. De eerste was The Airborne Toxic Event, volgens het Humo-boekje iets als Arcade Fire en The Cure. Geen van beide groepen herkende ik in hun eerste nummers en ik ben dan maar in de Chateau gaan uitrusten, niet wetende wie daar ging komen optreden. En het werd een aangename verrassing!

Bill Callahan ***

Bill is een singersongwriter die intieme muziek brengt met een bariton als Stuart Apples. Verder viel ook de rest ietwat te vergelijken met Tindersticks, maar het was wel zachter en ingetomener. Nja, gesmaakt!

Glasvegas ***

Glasvegas is een nieuwere groep, maar wel een goeie. Hun indierock dreigt soms wat naar postrock, hun zanger neigt op z’n slechts naar de zeurderige toon waar ook soms Koen Buyse zich aan tegoed doet. Denk naar nog een beetje het gitaargeluid van Editors bij en je komt er ongeveer. Glasvegas is vooral bekend van de radiohit “Geraldine”. Op heel Pukkelpop had zich trouwens nog geen enkele publieksamenzang voorgedaan als tijdens “Daddy’s gone” – en dat zonder cd-release. Knap werk!

Patrick Wolf ***

Bij Patrick Wolf gaan de herinneringen terug tot 2005, wanneer deze multi-instrumentalist net z’n “Wind in the wires” uit had, een bizarre moeilijk beluisterbare plaat gevuld met onconventionele instrumenten, tegenspattende melodieën en weinig commercieel klanken - enfin, je moest er voor zijn. Tijdens dat optreden 4 jaar geleden stond Wolf eenzaam met een achtergrond-drummer op het podium, z’n instrumentrijke nummers solo te spelen op een viool of ukulele. Het werd maw geen al te memorabel optreden, laat staan een opmerkelijke show.
Het contrast met toen kon vandaag echter niet groter zijn: Patrick heeft zich van een teruggetrokken zwartharige getransformeerd in een geklede blonde god waar zelfs diverse glamrockers van zou opkijken. Voor deze set liet hij al z’n gecompliceerde nummers achterwege en speelde vooral z’n energierijke nummers genre Tristan en The Magic Position. Met z’n opmerkelijke outfit en hoge entertainment waarde palmde hij met z’n bekendste nummers moeiteloos het publiek in.
Echter toch nog een puntje van kritiek: Patrick probeerde vaak een serieuze pose in te nemen waarna hij snel in een lach verviel — een vaag teken dat hij zichzelf niet te serieus neemt, hoewel zijn muziek dat zeker wel is. Ook moet Wolf opletten dat zijn pose geen karikatuur wordt.
Deze jongen is in tegenstelling tot 4 jaar geleden zeker klaar voor de grote massa - een opmerking die hij zelf ook maakte “next time at the main stage?”, of het grote publiek echter voor hem klaar is, is minder zeker uitgangspunt.

Fever Ray ****

Fever Ray wist naast Beirut een zekere sfeer te creëren. Haar muziek kan je omschrijven als donkere low tempo electronische muziek met lage tonen en een minimale drumbegeleiding, die vooral gekenmerkt wordt door het speciale stemgeluid van de Zweedse zangeres Karin Dreijer Andersson, bekend van The Knife. Hoe Karin er juist uitzag konden we niet goed zien. De belichting betrof niet meer dan enkele ouderwetse nachttafellampjes gecontradicteerd door 2 moderne laserkanonnen die perfect de muziek wisten na te bootsen. Daarnaast was Andersson meestal gehuld in een zwart kleed met een enorm masker op. De rest van de band viel vooral op door hun gebruik van gezichtsmaskering. The show must go on, natuurlijk.
Het viel ook op hoezeer Fever Ray zich probeerde te distantiëren van doorsnee live bands, en dit niet enkel door de muziek en het decor, maar ook door bv geen contact met het publiek te maken; zelfs geen thank you. Maar misschien had hun sfeer wel nog beter tot z’n recht gekomen moesten er geen pauzes tussen de nummers gezeten hebben. Wereldvreemd optreden wel!

Placebo ***

Placebo zetten grofweg dezelfde presetatie neer als op Werchter, incl zelfde setlist. Wat inhoudt dat je je aan een energieke show mag verwachten gevuld met hun bekendste werk. Hun nieuwe drummer die wel bij de Red Hot Chili Peppers lijkt weggelopen, is een zeer goede aanwinst voor de band die na Meds duidelijk nieuw bloed nodig had.

Goed optreden, maar over een paar jaar zijn we het wellicht weer vergeten.

dEUS ****

Wie dEUS slechts 1 avond kon zien had best voor de vrijdag geopteerd. dEUS verrasste met gasten als Karin Andersson (die op Slow meezong), de zanger van Snow Patrol en die van The Hickey Underworld. De setlist begon op het gemak maar halverwege de set werden de greatest hits registers opengetrokken en werd het zeker dEUS-waardig. Niet iedereen dacht daar blijkbaar zo over want de tent werd naarmate de set vorderde leger en leger. Wij die tijdens de aanvang van de set van het hoofdpodium naar een volle Marquee kwamen overgevlogen stoorden ons daar niet aan, maar voor de band was dit wel een minder goed teken. Enkel toen De Jeugd Van Tegenwoordig tijdens een Suds and soda-intermezzo kwamen rappen vlogen de jonge deernes de tent binnen om mee te shaken op hun beats. Enfin, dit zegt misschien meer over het publiek dan over dEUS.

Kraftwerk ****

Geschiedenis is nooit mijn favoriete vak geweest, maar voor de show van Kraftwerk maak ik graag een uitzondering. Krafwerk waren in de jaren ‘70 één van de eerste groepen die electronische muziek maakten – iets wat ten tijde van glamrockers en hardrockers niet evident was. Bezieler Florian Schneider-Esleben maakte zelf z’n eigen instrumenten, zoals drummachines – want toen waren die nog niet verkrijgbaar. Hun bekendste werk, ongetwijfeld The Model maar tegenwoordig ook het van Coldplay’s Talk bekende nummer “Computer Liebe” zijn tevens ook hun meest toegankelijke nummers.

Toen Kraftwerk hun eerste optredens gaf stond heel het podium nog vol met elektronisch spul die groot was in omvang – tegenwoordig zitten al die capaciteiten ook in laptops en dus gebruiken ze die nu.

Wat Kraftwerk echter de tand des tijds heeft doen doorstaan is dat ze nooit van hun muziekale koers afgeweken zijn. Ze zijn bijna altijd in Duitsland blijven opnemen, ook omdat ze de klank van Duitsland wilden produceren, een beetje zoals The Beach Boys de klank van Californië weerspiegelen.

Op Pukkelpop projecteerden ze oude computeranimaties op diverse schermen. Je kon als het ware de muziek lezen.

En doordat ze zo ijverig bij dit stramien blijven en nog steeds in de tijdsgeest van het begin van het computertijdperk fungeren, voelde dit optreden aan alsof je in een tijdmachine stapte en heel de elektronische revolutie (opnieuw) beleefde, inclusief de nuclaire dreiging en de eerste schetsen van artificiële inteligentie . Nice work!

Zaterdag



Zaterdag werd muzikaal de minste dag. Adoch, enkele fijne groepen gezien waarvan Florence & The Machine zeker de boeiendste was.

Quickpukkel//// Absynth Minded (*) vond het nodig z’n bassen zo luid te zetten dat onze trommelvliezen er nog steeds van trillen – alweer een jaar langer doof. Nee, dat was hopelijk een technische fout want hun muziek werd op den duur zeer moeilijk om van te genieten. /// The Temper Trap (**) is weer zo’n één van die postpunk groepjes. Belange niet slecht, maar ach, we hebben er al zovéél gehoord // Moeilijk om met een Pokémonnaam als Micachu & The Shapes (***) serieus genomen te worden maar zij, Mica, meende het wel. Stel u een zeer jong meisje, een redelijk jong meisje, en een oudere, 20-jarige drummer voor, en je zou muziek in het genre van Trust verwachten (junoireurovisiesongfestivalwinnaar). Think again: ze maakten afwisselde rocksongs op zelfgerestaureerde instrumenten die verdomme zeer interessant waren om te volgen. Nergens was er enig sleur of herhaling te bekennen, nee, we bleven geboeid staan kijken. Misschien horen we wel nog iets van hen. /// Deerhunter (***)was een straffe live groep, maar jammer genoeg bleef niet heel hun set zo boeien /// Een teleurstellingsje: Hanne Hukkelberg (**). Noors meisje die nogal wat jazzy ondertoon heeft maar ondanks haar enthousiasme mij wat in slaap deed wiegen. (het kon ook de zon zijn). //

Peaches (*)(*)

Hun set begon alvast wel goed: 2 luitenanten kwamen ons met de armen gekruist doodserieus aanstaren op de tune van The A-Team. Daarna kwam zangeres Peaches (Merrill Beth Nisker) gehuld in een pompoen-achtig-kostuum het podium op. Echter na dat moment daalde de interesse bij het publiek en bleef de dancetent opvallend dansloos. Het leek erop alsof we het liedje van Peaches zowat gehoord hebben. Uitzondering hierop was de sterkere single “Lose you”. Met enige onvoldoening over dit het muzikaal middelmatige optreden verliet ik de danstent om 37 podiums verder in een heel andere wereld terecht te komen…

Florence & The Machine ****

Hoewel het wat onzorgvuldig is om 4 sterren te geven aan een optreden waarvan ik maar een nummer of 4 gezien heb voelde ik gewoon in het publiek dat het hele optreden al het niveau haalde van de laatste tracks. Wat Florence overgins op Pukkelpop’s Club doet is me een raadsel. Ze lijkt me eerder iemand om een uitverkocht Sportpaleis compleet horendol te maken. Van alle nieuwere groepen lijkt me dat zij het meeste potentie heeft om echt door te breken.

Vanwege de moeilijkheid om haar en haar machien een muzikale omschrijving te geven heb ik dan maar hetvolgende van Pitchfork geript: “[Florence] Welch bursts mouth wide wide over garage rock, epic soul, pint-tipping Britbeat, and– best of all– a mystic brand of pop that’s part Annie Lennox, Grace Slick, and Joanna Newsom.

Nitebytes *

Er was opvallend weinig volk in de Wablief!-tent bij de aanvang van Nitebytes. Wellicht wist de ene helft van het festivalpubliek niet dat het om de nieuwe groep van Koen Buyse ging, en de andere helft, zij die het wel wisten, zijn om die reden ook niet komen opdagen. In interviews liet Koen weten dat het hele project tot stand gekomen is “zonder nadenken”. Zonder nadenken ben ik dan ook de tent binnen gestapt met laag gespannen verwachtingen, die bijna volledig ingelost werden. Het werd dan ook al gefluisterd dat Buyse en electronica niet zo heel goed samengaan.

Aanvankelijk kwam er dan ook weinig reactie uit het publiek, maar de eerlijkheid gebied me wel te zeggen dat tegen het eind van de set Koen wel even het publiek meehad en er zelfs wat “handjes” in de lucht gingen.

Al bij al heeft Koen ons doen realiseren dat Zornik eigenlijk bijlange nog niet zo slecht is als we dachten.

Klaxons ***

dEUS ***

dEUS, 2de match, speelde al de hits die ze gisteren niet speelden. Ze beloofden verschillende sets en die kregen we ook. Als ik goed oplette werden enkel “Pocket Revolutions” en “Instant Street” herhaald – geen “Suds’n’soda” dus. De groep stelde wat teleur omdat daags voordien een resum gasten meezongen en er vandaag niemand extra kwam. De verwachtingen lagen dus door hun eigen toedoen hoger. Benieuwd trouwens of Barman ermee kon lachen dat de solozang van Mauro tijdens “Instant Street” duidelijk op meer gejuig werd onthaald dan om het even wat hij deed.

Arctic Monkeys **

De Monkeys waren ok, maar zeker niet meer dan dat. Als groep met slechts enkele bekende nummers vertikten ze het oa “The fake tales of San Fransisco” en “When the sun goes down” te spelen. Gelukkig passeerde “I bet that you look good on the dancefloor” wel de revue. Alex was met z’n groep te jong om echt als volwaardige headliner te dienen en hebben niet genoeg ervaring om een enorm publiek 75 minuten te entertainen. Overdreven lange pauzes tussen de nummers helpen daar ook niet aan trouwens. Volgende keer naar de Marquee!

En dat was het dan! Voldaan van al dat muzikaal geweld sliepen we nog één nacht op de sfeervolle camping (lees onder “sfeer” wat je ook maar wil) om dan weer in de echte wereld van 9 to 5 te stappen…

Muse Gone Grease!

door Robin
  • Datum:19 August 2009
  • Commentatoren:Niemand
  • Categorie:Music

Tell me more, tell me more
Did you get very far?
Tell me more, tell me more
Like does he have a car?

It could be wrong, could be wrong
But it shouldn’t be right
It could be wrong, could be wrong
To let a heart ignite.

do: neveneffecten/the twang/selah sue/ghinzu/shantel/paulo nutini/bon iver/port o’brien/passion pit/soap&skin/wilco/andrew bird/grizzly bear/devotchka/beirut/faith no more/my bloody valentine

vrij: das pop/metric/delphic/bombay bicycle club/the chapman family/air traffic/glasvegas/the ting tings/patrick wolf/snow patrol/fever ray/placebo/deus/kraftwerk

zat: the temper trap/team william/deerhunter/creature wt atom brain/hanne hukkelberg/dinosaur jr/florence and the machine (of peaches)/mad caddies/klaxons/tortoise/arctic monkeys

De Werchter Sterren

door Robin

Ik kom er niet toe een degelijke review voor Werchter te schrijven: teveel bands, te weinig inspiratie, en her en der staan toch al ok-reviews voor Werchter waarvan de mijne enkel een gemiddelde ging zijn (Goddeau, De Morgen). Adoch wil ik u mijn sterren niet onthouden:

***** Coldplay / 2 many dj’s
**** Nine Inch Nails, Seasick Steve, Nick Cave & The Bad Seeds, Oasis, Metallica, Placebo, Elbow
*** The Killers, Blok Party, Ghinzu, Triggerfinger, The Mars Volta, The Yeah Yeah Yeahs
** Franz Ferdinand, Kings Of Leon, The Script, Limb Bizkit, Eagles Of Death Metal, White Lies, Regina Spector, The Hickey Underworld
* Lilly Allen, Amy McDonnald

Op de vrt-nieuwssite deredactie.be staan enkele leuke oude Werchter filmpjes. Check vooral het nu bijna onvoorstelbare filmpje uit ‘88 waarbij het aidsteam geen condooms mocht uitdelen op de wei omdat het “de naam van het festival in een slecht daglicht stelde”. Er kwam teveel druk van de burgemeester en het schepencollege. De tijden veranderen, en maar goed ook.

Muziek historisch interessant is ook het ‘95 filmpje over de jonge dEUS (Barman met lang haar) waarbij de reporter zei “Belgische muziek was nooit een kwaliteitslabel, met dEUS komt daar verandering in. Ze stond de derde op een affiche, nog nooit stond een Belgische groep zo hoog”. [link]

Na de dood van een muziekicoon mag je er vergif op innemen dat de radertjes van diverse marketingbreinen op volle toeren beginnen draaien. Meestal vertalen dergelijke overlijdens zich in kassa kassa. Schoolvoorbeelden zijn Johnny Cash en vooral Nirvana. Sinds Cobain er in ‘94 de brui aan gaf heeft het non-stop geregend met herpakte cd en dvd-releases. Archiefkasten, zolderkamers, harde schijven, bootlegs, en verloren gewaande cassettetapes worden driedubbel uitgekamd om alles, maar dan ook alles van de betreurde artiest opnieuw en opnieuw te kunnen uitbrengen. Geen Kerstdag gaat voorbij of er ligt weer een nieuwe verzamelaar, boxset, of dvd in de handel met alweer dezelde nummers aangevuld met demo’s en try-outs waar slechts enkelen boodschap aan hebben en muzikaal niets nieuws onder de zon brengen.
Helaas. Als je dacht dat re-releases de enige naschokken waren, heb je het verkeerd. Naast een trammelant aan tv-specials, brengt elk dag - en weekblad (zelf respecterend en niet-zelf respecterend) bijlages op de markt met gehele biografieën, op kwaliteitspapier gedrukte memorabele foto’s, en nog eens een ‘gratis’ verzamel-cd. Dit alles geschreven in superlatieven onder het mom van “eerbetoon” — maar vooral om er vet aan te verdienen.
Michael Jackson was naar verluid bezig aan nieuwe nummers - wees er dus maar zeker van dat er al een 10-jarenplan opgesteld is om die songs één voor één als “extra track” op eindejaarsverzamelaars te pleuren.

Desondanks blijft hij een door mij gesmaakt artiest. “History” was mijn eerste cd-album. Op 11-jarige leeftijd speelde ik vooral “Earth Song” kapot.

Social netwerksite Last.fm, die vooral draait rond welke muziek je beluistert, heeft een programma (een “API”) beschikbaar gesteld waarmee buitenstaanders extra functionaliteit kunnen ontwerpen voor de website. De meeste van de zogenaamde “add-ons” kun je toevoegen aan je profielpagina. Zo kan je bv een taartdiagram tonen met de genres waar je het meest naar luistert, of een tagcloud (woordwolk) maken van aanbevolen artiesten. Omdat deze add-ons nogal in het wijd verspreid staan op het web heb ik een lijstje gemaakt enkele van deze add-ons.

De werkwijze is meestal dezelfde: je vult je gebruikersnaam in op één van onderstaande website, selecteer de tijdsperiode, druk op de knop, en wacht een secondje. Daarna verschijnt het lijstje/afbeelding met meestal een bijhorend stukje code die je kunt kopiëren en plakken in de “About you” sectie op je last.fm profiel pagina.

Bij sommige links heb ik mijn profiel al als voorbeeld ingevuld.

Het moet zo’n jaar of 3 geleden zijn toen The Veils op de zolder van de AB gespeeld hebben tijdens een thema-avond rond label Rough Trade. Ik kwam toen een kwartier voor aanvang in de AbClub toe en daar was nog niemand. Geen mens. Nu was er tijdens het voortreffelijke voorprogramma van Richard Swift al een min of meer vol lopende AB-Box merkbaar. (AbBox = de kleine versie van de normale zaal).

Frontman Finn Andrews is altijd al een schuchter persoontje op het podium geweest: vaak zeer onzeker, teruggetrokken, en hij stond zichtbaar altijd klaar om snel te vluchten - alsof een bom hem zou treffen. Pas als er positieve publieke response komt, begint hij stilletjes aan wat te stralen. Z’n onzekerheid was deze keer tijdens badass opener “Three sisters” nog groter omdat Finn met een serieus hese stem zat. Dat was vooral merkbaar in z’n bindteksten waar hij soms z’n zin niet afkreeg. In tegenstelling tot groepen die onmiddellijk de helft van hun tournee zouden annuleren, zette hij zich enorm in om alles goed te laten klinken. Net als een wielrenner in de sprint zag je hem gewoon afzien op het podium. “This one is going to kill me” zei hij nog voor “Jesus for the Jugular”. Desalniettemin voelde hij zich zichtbaar in z’n nopjes door de positieve reacties uit het publiek (”I thought people would throw stuff at me for having a bad voice.”). Er was trouwens een opmerkelijk grote interactiviteit met het publiek (na enkele shots “babbelwater”). Toen hij tijdens de bissen de enige 2 “Runaway found” nummers solo speelde waren zijn bindteksten bijna als Urbanus: eerst zeggen dat je een liedje gaat spelen, dan er 10 minuten over grappen maken, om uiteindelijk iets anders spelen. Ach, een publieksentertainer als Koen Wauters zal hij wel nooit worden, maar dat verwachten we ook niet van hem.

De inhoud van de show bestond hoofdzakelijk uit het beste van “Nux Vomica” en het nieuwe “Sun gangs”. En omdat ze de “Nux Vomica” nummers na al die concerten stevig in de vingers hebben, leek het optreden meer als een bevestiging van dat album, dan op een overtuigende voorstelling van het nieuwe album. De Nux-nummers zijn zeer intensief; ze bestaan uit gevoel, ongeduld, en het soort bloed-onder-de-vingernagels-halende-kwaadheid. Dit wat in tegenstelling tot de meeste hartzeer-liedjes uit “Sun Gangs”. Uit dat album noteer je best haardvuuropener “Sit down by fire”; “The letter”, een singlepotentieel-nummer met dito Coldplay-rifje; “It hits deep” (titel zegt genoeg); “Killed by the boom”, exorcisme die jammer genoeg niet gespeeld werd, en “The house she lived in”. Van een ander kaliber is “Larkspurr”: een recept die gedeeltelijk geleend werd uit het kookboek van Sigur Ros, ergens ter hoogte van hoofdstuk 3.8: strijkstok op de gitaar, dreigende drums, en een repeterend zinnetje scanderen om na 8 minuten in madness te eindigen.

Bekijk hier 2 nummers solo gespeeld uit het nieuwe “Sun Gangs”. Bekijk hier enkele foto’s van het optreden.

In het voorprogramma speelde Richard Swift: denk Cold War Kids voor een ouder publiek. Onze Richard heeft trouwens ook hun ‘Something is not right with me’ geremixed met resultaat (die remix kan je hier gratis downloaden).

Numbers

door Robin

370 €

De duurste prijs voor een koppel tickets voor het Britney Spears Circus in het Sportpaleis.

62 €

De goedkoopste prijs voor een ticket in het Sportpaleis (enkel voor mensen zonder hoogtevrees).

Twee keer

Het aantal keer dat dEUS in de Marquee op Pukkelpop zal spelen.

Drie keer

Het aantal keer slapen voor het weekend weer begint.

Het Waalse Ghinzu zakte voor één van de weinige keren in hun carrière af naar de andere kant van de taalgrens. Ze mochten dan ook met het bordje “Uitverkocht” zwaaien. En wel terecht. Ghinzu’s specialiteit zijn songs als Blow, The Dragstor Wave, en Mirror Mirror: traag opbouwende nummers die eindigen in een extase. Het type nummers waar dEUS vroeger erg goed in was. Jammer genoeg beslaat hun curriculum ook liedjes die moeten doorgaan als ballads, en daarin laten ze wat te wensen over. John Israel (klinkt toch zoveel cooler dan Stargasm, not?) kan de trage nummers niet voldoende dragen met z’n stem. Maar genoeg kritiek, Ghinzu speelde een voortreffelijke set op hoog Belgisch niveau. Getuige daarvan het eerder genoemde Blow - hun beste nummer - die dringend eens in Radio 1’s Belgische 100 mag komen binnenstormen. Ook The Dragstor Wave (half Muse/half dEUS/half Radiohead) en hun nieuwe single Cold Love konden op veel belangstelling rekenen van het publiek. Nog te noteren: het Franstalige “je t’attendrai” - één van de betere nummers op hun nieuwe cd, en cover-afsluiter “I wanna be your dog” - al was niet echt duidelijk wat daar precies de bedoeling van was.

o_O

door Robin

Milk Inc (ja, Milk Inc) komt naar Werchter (ja, naar Werchter) en speelt tegenover Metallica (ja, tegenover Metallica).

Trouwe lezers zullen zich ongetwijfeld de top 10 van de beste videoclips herinneren. De nummers 10 en 9 werden in september toegelicht (Copark - Good year for the robots en Mayo - Bathtub). Wegens wat conflicten omtrent de volgorde bespreek ik in willekeurige volgorde de resterende video’s. Met vandaag Coffee & Tv van Blur.

De video volgt mooi de akoestieke gitaarloopjes, en - toegegeven - het melkbrikje is gewoon te onweerstaanbaar om links te laten liggen. Hij heeft zelfs al z’n eigen fansite.
Noticed? Net op het moment dat zijn liefje wordt vertrappeld krijgen we de tekst “Take me away from this big bad world, and agree to marry me” te horen. De wereld is wreed.

Volgende pagina »